Wijze van Thijsse: Ondernemers zijn geen bestuurders
23-02-2017 Kennisbank

Ondernemers zijn geen bestuurders en moeten dat ook niet willen wezen. Het lijkt logisch dat in het bestuur van een branchevereniging of branche-instituut ondernemers zitting hebben, het gaat immers over hun zaken, hun belangen. En het gaat natuurlijk ook vaak goed, of goed genoeg. Maar een pure ondernemer is iemand die snel kan denken en kan handelen, vaak gestuurd door zijn onderbewuste (‘hij denkt met zijn buik’ zegt men dan), en die geïnteresseerd is in korte termijn succes, in kansen pakken. Daarna gaat hij weer vrolijk verder, ook als dat even verstoorde verhoudingen met de betrokkenen geeft, want dat gaat wel weer over. Er moet nu eenmaal geld binnenkomen, zonder dat kan er niks. In zijn (of haar) eigen bedrijf is hij bovendien de enige baas, de medewerkers moeten toch met hem verder.

Echte bestuurders
Dit is geen karikatuur, het is ook geen wetenschap, het is gebaseerd op bijna 30 jaar ervaring met ondernemers en een diepe liefde en respect voor deze mensensoort. Al was het alleen maar omdat ze de oorsprong zijn van al het geld dat in Nederland rondgaat, en waar mensen salarissen, uitkeringen, subsidies et cetera van krijgen. Maar ik blijf erbij dat de pure vorm van deze mensensoort, zoals hierboven omschreven, niet geschikt is om de eigen branche te besturen. Want dan heb je (ook) rustig en weloverwogen denken en handelen nodig, gestuurd door het brein, gericht op de lange termijn, en op kansen creëren. Denken (‘beleid’) dat uit te leggen is aan anderen, die daardoor ook meegenomen worden. Die mensensoort noem ik bestuurders.

Beide soorten nodig
Dit is een column, dus kort, dus versimpel ik enorm. Natuurlijk zijn er tussenvormen, ondernemende bestuurders, of bestuurlijke ondernemers of hoe je het ook wilt noemen. Maar het is mijn overtuiging dat een bestuur van louter pure ondernemers rampen aanricht. Een bestuur van louter bestuurders trouwens ook. Je hebt op zijn minst beide soorten nodig in een bestuur. Of wat ook kan, een stevig tegenwicht tegen het ondernemende bestuur in de persoon van de directeur. Die moet dan wel een groot vertrouwen hebben van zijn bestuur, en er moet een sfeer zijn waarin veel gezegd kan worden tegen elkaar. Dan kan hij hen bijsturen en afremmen: besturen. Maar mooier is het als zo’n directeur ook ondernemer kan zijn, ondernemer in het runnen van de branche. En dan moet het bestuur bestuurlijker zijn.

Toppers binnenhalen
Dit pleit dus voor het opstellen van scherpe profielen van bestuurders, en bewuste en gedegen werving en selectie. De belangen van een hele branche zijn te groot om ze te laten sturen door het toeval, door ‘het is een goede vent’. En vertel me nou niet dat het nu al zo moeilijk is om goede bestuurders te krijgen, want dan is er echt iets anders aan de hand met je organisatie. Als er in een branchebestuur goed georganiseerd (dus kort, goed voorbereid, met een kleine groep, 3 of 4 keer per jaar, delegerend aan een zware directeur) wordt vergaderd, zijn in mijn ervaring zelfs absolute toppers bereid tijd vrij te maken.

Paritair tegenwicht
Een apart punt van aandacht vormen nog de paritaire besturen. Daarin voltrekt zich een verandering. Moderne vakbondsvertegenwoordigers zijn minder antagonistisch, en meer gericht op samenwerking dan hun voorgangers. Dat is een goede zaak voor branches. Dezelfde mensen zijn gemiddeld ook betere bestuurders dan de pure ondernemers: ze zijn er op uitgezocht, in getraind, en ze doen vaak meerdere besturen tegelijk. Zo kan het gebeuren dat de vakbondsvertegenwoordigers de facto het bestuur ‘overnemen’ van de pure ondernemers. Niet omdat ze dat willen, maar omdat ze geen tegenspel op niveau krijgen. Dus ook hier zijn betere bestuurders van werkgeverskant nodig.

foto Liam Matthews

Door Rob Thijsse
- Partners -
Geen gegevens gevonden